De vraagprijs in een advertentie is het begin van de som, niet het einde. Wie een zaak van 95.000 euro koopt, heeft op de overdrachtsdag en de maanden erna een flink hoger bedrag nodig: voor het onderzoek en de contracten, voor de lening, voor vergunningen op zijn naam en om de eerste maanden inkoop en loon te betalen voordat de omzet binnenkomt.
Dit artikel zet alle posten op een rij voor een kleine overname, met bedragen die in de praktijk gebruikelijk zijn, en eindigt met een rekenvoorbeeld van wat je in totaal nodig hebt en hoeveel daarvan eigen geld moet zijn.
De koopsom: waar het bedrag vandaan komt
De koopsom van een kleine zaak bestaat uit drie delen, en het is verstandig ze in de koopovereenkomst apart te benoemen.
- Goodwill: wat je betaalt voor de klanten, de naam en de winst die daaruit volgt. In de praktijk de genormaliseerde winst maal een factor die per branche verschilt; voor kleine zaken meestal tussen 1,5 en 3. Lees EBITDA-multiples per sector voor de bandbreedtes.
- Inventaris: machines, installaties, inrichting, tegen de waarde die ze nu hebben.
- Voorraad: tegen inkoopwaarde, geteld op de overdrachtsdag, vaak apart afgerekend.
Over de koopsom betaal je geen btw. Bij de overdracht van een onderneming die de koper voortzet, mag de verkoper geen btw rekenen over wat er meegaat; jij neemt zijn btw-positie over. Dat scheelt 21 procent voorfinanciering en is een van de weinige meevallers in dit artikel.
De bijkomende kosten
- 01
Boekenonderzoek: 2.000 tot 6.000 euro
Een accountant of boekhouder met overname-ervaring die de cijfers beoordeelt en de winst normaliseert (1.500 tot 3.500 euro) en een jurist die de huur-, leveranciers- en arbeidscontracten leest (1.000 tot 3.000 euro). Bij een aandelentransactie of veel personeel loopt het op tot 15.000 euro. Sla het niet over: elke bevinding is een prijscorrectie of een garantie.
- 02
Koopovereenkomst: 1.500 tot 4.000 euro
Het opstellen of controleren van de koopovereenkomst door een jurist. Vaak maakt de adviseur van een van beide partijen de eerste versie en leest de andere mee. Wie de eerste versie betaalt, is een onderhandelingspunt.
- 03
Notaris: alleen bij aandelen of een pand
De levering van aandelen in een bv gaat via een notariële akte; reken op enkele honderden tot ruim duizend euro voor een eenvoudige overdracht, meer bij garanties en meerdere aandeelhouders. Gaat er een pand mee, dan komt daar een leveringsakte bij. Bij een eenmanszaak, vof of activa-passivatransactie zonder pand heb je geen notaris nodig.
- 04
Overdrachtsbelasting: 10,4 procent over een pand
Alleen als je onroerend goed koopt, of aandelen in een bv die vooral uit onroerend goed bestaat. Het tarief voor bedrijfspanden is 10,4 procent van de waarde in 2026. Bij een pand van 300.000 euro is dat 31.200 euro, meestal het grootste bijkomende bedrag van de hele overname. Huur je, dan is deze post nul.
- 05
Financieringskosten: 1 tot 3 procent plus rente
Banken rekenen afsluitkosten; Qredits rekent 1,5 procent behandelkosten over het krediet en een rente van 9,95 procent per jaar op een MKB Krediet. Loopt de lening onder de borgstelling BMKB, dan komt daar een eenmalige provisie bij die de financier doorberekent. Tel ook de maandlasten mee in je begroting: een lening van 70.000 euro over vijf jaar kost grofweg 1.400 tot 1.500 euro per maand aan rente en aflossing.
- 06
Vergunningen en leges: enkele honderden tot 1.600 euro
Vergunningen staan op naam van de ondernemer en gaan niet mee. Een horeca-exploitatievergunning kost afhankelijk van de gemeente 700 tot 1.600 euro aan leges, een Alcoholwetvergunning komt daar los bij. Ook een nieuwe KVK-inschrijving, een nieuw btw-nummer en soms een omgevingsvergunning horen hier.
- 07
Waardering of adviseur: optioneel
Een onafhankelijke waardering door een deskundige kost bij een kleine zaak 1.500 tot 4.000 euro. Een overnameadviseur die het hele traject begeleidt, werkt met een uurtarief of een succesfee van enkele procenten van de koopsom. Bij overnames onder een paar ton doen veel kopers dit zelf, met een accountant en een jurist voor de onderdelen die ertoe doen.
- 08
Werkkapitaal: twee tot drie maanden kosten
Geen kostenpost, maar wel geld dat je nodig hebt. Inkoop, huur, loon en de eerste aflossing lopen vanaf dag één; de omzet komt in een winkel direct, bij een dienstverlener pas na dertig tot zestig dagen. Reken twee tot drie maanden vaste lasten plus de voorraad die je moet aanvullen.
Rekenvoorbeeld: cafetaria, vraagprijs 95.000 euro
Wat de overname in totaal vraagt
Activa-passivatransactie, huurpand met indeplaatsstelling, twee medewerkers, genormaliseerde winst 46.000 euro. Bedragen afgerond.
- Koopsom na onderhandeling (goodwill 72.000, inventaris 18.000)
- € 90.000
- Voorraad op de overdrachtsdag, inkoopwaarde
- € 3.500
- Boekenonderzoek (accountant en jurist)
- € 4.000
- Koopovereenkomst
- € 2.000
- Exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning op eigen naam, leges
- € 1.400
- Behandelkosten lening (1,5 procent over 80.000)
- € 1.200
- Vervanging frituurinstallatie, eerste kwartaal
- € 12.000
- Werkkapitaal: twee maanden huur, loon en inkoop
- € 20.000
- Totaal benodigd
- € 134.100
Van 95.000 naar 90.000 na het boekenonderzoek: de frituurinstallatie moet binnen een jaar vervangen worden.
Apart geteld en afgerekend.
Leverde de prijscorrectie van 5.000 euro op en een vrijwaring voor een lopend geschil met een leverancier.
Jurist van de koper leest en past aan; de adviseur van de verkoper maakte de eerste versie.
Aangevraagd direct na de intentieverklaring; doorlooptijd acht tot dertien weken.
Plus de maandlasten daarna, ongeveer 1.700 euro per maand over vijf jaar.
Bekend uit het onderzoek, dus nu al begroot.
De omzet komt dagelijks binnen, maar de eerste loon- en huurbetalingen zijn er eerder.
Ruim 40 procent meer dan de vraagprijs. Eigen inbreng 25 procent: 33.500 euro. Verkoperslening 15.000 euro (telt als eigen vermogen mee). Bank of Qredits: rond de 85.000 euro.
Hoeveel je zelf moet inbrengen
Financiers rekenen met het totale bedrag, niet met de koopsom. Bij de meeste banken en bij Qredits is 20 tot 30 procent eigen inbreng de norm; KVK rekent in zijn voorbeelden met een kwart. Een achtergestelde verkoperslening telt daarbij als eigen vermogen mee, omdat de verkoper pas na de bank wordt terugbetaald. Wie 25.000 euro spaargeld heeft en een verkoper vindt die 15.000 euro laat staan, komt op 40.000 euro "eigen" vermogen en kan een overname van rond de 150.000 euro financieren.
De borgstelling BMKB helpt als je te weinig onderpand hebt: de overheid staat garant voor een deel van de lening, en bij kredieten tot 333.333 euro kan driekwart onder de borgstelling vallen. Je vraagt hem niet zelf aan; dat doet de bank of Qredits. Hoe je de financiering in de praktijk stapelt, staat in een bedrijfsovername financieren.
Aftrekbaar of niet
Bij een activa-passivatransactie neem je goodwill en inventaris op je balans en schrijf je ze af; de kosten van adviseurs zijn gewone zakelijke kosten. Koop je aandelen in een bv via een eigen holding, dan zijn de aankoopkosten (adviseurs, notaris, onderzoek) niet aftrekbaar: ze horen bij de kostprijs van de deelneming. Financieringskosten zijn in beide gevallen aftrekbaar. Het is een van de redenen waarom een activa-passivatransactie bij kleine overnames vaak aantrekkelijker is, ook voor de koper.
De som die je vóór je bod maakt
- Genormaliseerde winst maal factor, plus inventaris en voorraad: de koopsom die je kunt verdedigen.
- Plus 10 tot 20 procent bijkomende kosten, en het bedrag van bekende investeringen uit het onderzoek.
- Plus twee tot drie maanden werkkapitaal.
- Min eigen inbreng en een eventuele verkoperslening: wat de bank moet doen.
- De maandlasten daarvan vergeleken met de genormaliseerde winst: wat er voor jou overblijft.
Blijft er na de aflossing minder over dan een normaal loon voor je uren, dan is de prijs te hoog of de financiering te zwaar, hoe mooi de zaak ook is. Dat is de echte betekenis van "wat kost een bedrijf overnemen": niet wat je betaalt, maar wat je daarna overhoudt.



