De koopsom is zelden het probleem bij een overname. Het probleem is dat een bank een bedrijf niet financiert zoals een huis. Een hypotheek dekt een pand dat de bank kan verkopen; een overname bestaat voor een groot deel uit goodwill, en daar heeft een bank niets aan als het misgaat. Daarom is bijna elke overname gestapeld gefinancierd, met drie of vier bronnen die elk een ander stuk van het risico dragen.
Dit artikel legt de stapel uit, van de eerste laag (jouw eigen geld) tot de laatste (de verkoper), met de bedragen en percentages die in 2026 gelden en een rekenvoorbeeld voor een kleine zaak. Aan het eind staat wat je kunt doen als je weinig eigen geld hebt.
Waarom een overname anders wordt gefinancierd dan een investering
Een financier kijkt naar twee dingen: kan het bedrijf de aflossing dragen, en wat is er aan zekerheid als dat niet lukt. Bij een overname is het eerste vaak in orde, want er zijn cijfers uit het verleden. Het tweede niet: inventaris en voorraad zijn weinig waard bij een gedwongen verkoop, en goodwill is niets waard.
Daarom financieren banken doorgaans de tastbare bezittingen plus een deel van de rest, en verwachten ze dat de goodwill uit andere bronnen komt: jouw eigen geld en de verkoper. Hoe groter het aandeel goodwill in de koopsom, hoe belangrijker die twee lagen worden. Bij een dienstverlenend bedrijf of een horecazaak kan de goodwill 70 tot 80 procent van de prijs zijn.
De vier lagen van een overnamefinanciering
- 01
Eigen geld
Financiers verwachten dat je 20 tot 30 procent van de totale behoefte zelf inbrengt. Spaargeld, een lening van familie of de overwaarde op je huis tellen mee. Dit deel draagt het eerste risico en gaat in de praktijk naar de goodwill.
- 02
Bank of Qredits
De grote banken financieren overnames vanaf enkele tonnen; voor kleinere bedragen is Qredits het gangbare adres, met een microkrediet tot 50.000 euro en een MKB-krediet van 50.000 tot 250.000 euro. Beide gebruiken vaak de BMKB-borgstelling van de overheid.
- 03
Verkoperslening
De verkoper laat een deel van de koopsom als achtergestelde lening in het bedrijf, terug te betalen in drie tot vijf jaar. Komt voor in de meerderheid van de gefinancierde MKB-overnames en telt bij de bank vaak mee als eigen vermogen.
- 04
Voorwaardelijke delen
Een earn-out (betaling afhankelijk van de winst na de overname), een winstrecht of huurkoop verlagen het bedrag dat je op de overdrachtsdatum nodig hebt. Ze vragen om precieze afspraken.
Laag 1: eigen geld
Er is geen wettelijk minimum, maar er is een praktisch minimum: zonder eigen inbreng financiert niemand. Twintig tot dertig procent van de totale behoefte (koopsom plus bijkomende kosten plus werkkapitaal) is de norm. Financiers kijken niet alleen naar het bedrag, maar naar de verhouding: wie 15.000 euro inbrengt op een behoefte van 60.000 euro, laat zien dat hij meedoet.
Eigen geld hoeft niet allemaal spaargeld te zijn. Een lening van familie geldt voor de bank als eigen vermogen als hij achtergesteld is. Ook de verkoperslening (laag 3) wordt vaak zo behandeld. Dat is de reden dat een meewerkende verkoper de financiering van een kleine zaak zo veel makkelijker maakt.
Laag 2: bank, Qredits en de BMKB
Banken financieren overnames op basis van drie jaar cijfers, een ondernemingsplan met prognose, jouw ervaring en de zekerheden. Bij kleine bedragen, onder de een tot twee ton, zijn banken terughoudend; de behandelkosten wegen dan niet op tegen de marge.
Qredits is de gangbare financier voor dat segment. Een microkrediet gaat tot 50.000 euro, een MKB-krediet van 50.000 tot 250.000 euro. De rente ligt vast en bedraagt in 2026 rond de 9,95 procent per jaar, de looptijd is één tot tien jaar, en Qredits beoordeelt naast de cijfers van het bedrijf ook jou: ervaring, plan en de reden waarom deze zaak bij je past. Een coach kan helpen met het ondernemingsplan.
De BMKB is de Borgstelling MKB-kredieten van de overheid. De staat staat voor 90 procent garant voor een deel van je lening, zodat de financier minder onderpand nodig heeft. Bij een kredietbehoefte tot 333.333 euro kan driekwart van de lening onder de borgstelling vallen; daarboven de helft. Je vraagt de BMKB niet zelf aan, de bank of Qredits doet dat. Er geldt een eenmalige provisie van 3,9 tot 5,85 procent over het geborgde deel, afhankelijk van de looptijd, en de ondernemer moet zelf naar vermogen inbrengen. De regeling is verlengd tot 1 juli 2027.
Laag 3: de verkoperslening
Bij een verkoperslening laat de verkoper een deel van de koopsom in het bedrijf zitten. Jij betaalt dat deel in termijnen terug, met rente, meestal in drie tot vijf jaar. De lening is achtergesteld: gaat het mis, dan wordt de bank eerst terugbetaald en de verkoper daarna. Daarom telt de bank de lening vaak mee als eigen vermogen, en daarom kan een overname die eerst niet financierbaar was, het met een verkoperslening wel worden.
Voor de verkoper is het een signaal dat hij achter zijn eigen cijfers staat. Voor jou betekent het dat de verkoper belang houdt bij een goede overdracht. Leg vast: het bedrag, de rente (gebruikelijk enkele procenten boven de bankrente), de looptijd, het aflossingsschema en wat er gebeurt als een termijn niet gehaald wordt. De Kamer van Koophandel geeft als voorbeeld een groothandel van 500.000 euro: een kwart eigen geld, de helft bank, en het laatste kwart van de verkoper, af te lossen nadat de banklening is afgelost.
Laag 4: earn-out, winstrecht en huurkoop
Deze vormen verschuiven een deel van de betaling naar later en koppelen hem aan hoe het bedrijf draait na de overdracht. Ze verlagen het bedrag dat je nu nodig hebt, en ze verdelen het risico anders.
- Earn-out. Een deel van de koopsom betaal je pas als een afgesproken winst of omzet wordt gehaald. Geschikt als de koopsom voor een groot deel uit goodwill bestaat of als jij twijfelt aan de cijfers. Maak de meetlat objectief (een bedrag, een periode, een berekeningswijze) en houd hem kort. Lees earn-out voor de kant van de verkoper.
- Winstrecht. De verkoper ontvangt nog enkele jaren een percentage van de winst. Het voorbeeld van de Kamer van Koophandel: een adviesbureau voor 100.000 euro, waarvan 90.000 euro direct en drie jaar lang 10 procent van de winst.
- Huurkoop. Je huurt het bedrijf eerst en wordt eigenaar na de laatste termijn. Voorbeeld: een restaurant van 250.000 euro, tien jaar lang 25.000 euro per jaar. De zaak is tot de laatste betaling niet van jou; dat vraagt om afspraken over wat er gebeurt bij tegenvallende resultaten.
- Geleidelijke overname. Je koopt eerst een deel van de aandelen en werkt tijdelijk samen met de verkoper. Alleen bij een bv, en altijd met een accountant of fiscalist erbij.
Rekenvoorbeeld: cafetaria van 85.000 euro
Wat je nodig hebt en waar het vandaan komt
Activa-passivatransactie, gehuurd pand, genormaliseerde winst 29.000 euro per jaar na een ondernemersloon.
- Koopsom (inventaris, goodwill, voorraad)
- € 85.000
- Adviseurs, vergunningen, financieringskosten
- € 5.000
- Werkkapitaal eerste drie maanden
- € 10.000
- Totale financieringsbehoefte
- € 100.000
- Laag 1: eigen geld (25%)
- € 25.000
- Laag 2: Qredits MKB-krediet met BMKB, 7 jaar, 9,95%
- € 50.000
- Laag 3: verkoperslening, 5 jaar, 5%
- € 25.000
- Maandlast tegenover beschikbare winst
- € 1.300 versus € 2.400
Ongeveer 830 euro per maand aan rente en aflossing.
Ongeveer 470 euro per maand; achtergesteld bij de Qredits-lening.
De genormaliseerde winst dekt de aflossing 1,85 keer. Dat is de marge die een financier wil zien; onder 1,5 wordt het lastig.
De rente van Qredits is een indicatie op basis van de gepubliceerde tarieven in 2026; de rente op een verkoperslening spreek je zelf af.
Zonder de verkoperslening zou dezelfde koper 50.000 euro eigen geld nodig hebben, of een lening van 75.000 euro waarvan de maandlast de winst te dicht nadert. De verkoperslening is bij deze omvang geen extraatje, maar de laag die de som sluitend maakt.
Met weinig eigen geld overnemen
De vraag "kan ik een bedrijf overnemen zonder eigen geld" wordt vaak gesteld en het eerlijke antwoord is: zonder enig eigen geld vrijwel nooit, met weinig eigen geld wel, als de rest van de stapel meewerkt.
- Zoek een verkoper die wil meefinancieren. Bij een kleine zaak is de verkoperslening de laag die het verschil maakt. Verkopers die met pensioen gaan, staan hier vaker voor open dan verkopers die snel geld nodig hebben.
- Houd de zaak klein en de goodwill laag. Een zaak met veel inventaris en weinig goodwill is makkelijker te financieren dan een zaak waar 80 procent van de prijs uit lucht bestaat.
- Gebruik de BMKB-ruimte voor starters. Bij een behoefte tot 333.333 euro kan driekwart van de lening onder de borgstelling vallen; dat verlaagt de zekerheden die de financier van jou vraagt.
- Overweeg huurkoop of een geleidelijke overname. Je betaalt uit de winst van de zaak in plaats van vooraf. Het risico ligt meer bij jou, dus laat de afspraken toetsen.
- Kijk naar een management buy-out. Werk je al in de zaak, dan kent de verkoper je en is hij eerder bereid een groot deel te financieren.
Wat niet werkt: een lening van 100 procent van de koopsom bij een consumptief krediet of een lening zonder BKR-toets. De rente maakt de zaak onrendabel, en een verkoper of financier die dat ziet, haakt af.
Volgorde en timing
- Vóór het zoeken: bereken je maximale koopsom (eigen geld gedeeld door 0,25, minus bijkomende kosten) en praat oriënterend met Qredits of je bank.
- Bij de intentieverklaring: neem een financieringsvoorbehoud op en dien de aanvraag in. Lever een ondernemingsplan met drie jaar cijfers van het bedrijf, een prognose en je eigen cv.
- Tijdens het boekenonderzoek: deel de uitkomsten met de financier. Een gevonden risico kan de structuur veranderen (meer verkoperslening, een earn-out).
- Bij de koopovereenkomst: de financiering is definitief, de verkoperslening staat in het contract, en de bank heeft de zekerheden (verpanding van inventaris en voorraad, soms een borgstelling van jou privé) vastgelegd.
Wie de financiering pas na het tekenen begint, verliest gemiddeld een tot twee maanden en soms de deal. Wie de stapel vooraf begrijpt, weet al bij het eerste gesprek met de verkoper welke structuur hij nodig heeft, en kan dat als onderdeel van het bod inbrengen.



