"Vijf keer de winst" is de zin die je in bijna elk gesprek over een overname hoort. Hij klopt als gemiddelde over het hele Nederlandse MKB en hij klopt bijna nooit voor een individueel bedrijf. De multiple hangt af van de sector, van de omvang van het bedrijf en van hoe zeker de winst is. Een kapsalon met 40.000 euro winst en een IT-bedrijf met een miljoen winst delen alleen het woord.
Dit artikel geeft de multiples per sector zoals ze in 2026 gelden, legt uit hoe de omvang van een bedrijf de multiple bepaalt, en laat zien hoe je de cijfers als koper gebruikt om een vraagprijs te beoordelen.
Wat de multiple precies is
De EBITDA-multiple is de verhouding tussen de ondernemingswaarde en de genormaliseerde EBITDA. Andersom gezegd: hoeveel jaren winst een koper vooruit betaalt.
Ondernemingswaarde = genormaliseerde EBITDA × multiple
Twee onderdelen vragen precisie.
- EBITDA is de winst vóór rente, belasting en afschrijvingen. Die is onafhankelijk van hoe het bedrijf is gefinancierd en hoe er is afgeschreven, en daarom vergelijkbaar tussen bedrijven.
- Genormaliseerd betekent: gecorrigeerd naar wat een koper zou hebben. Een marktconform loon voor de eigenaar (58.000 euro bij fulltime in 2026 volgens de norm van de Belastingdienst), eenmalige posten eruit, privékosten eruit, een marktconforme huur als het pand van de eigenaar is.
De multiple geeft de ondernemingswaarde: de waarde van de activiteiten, los van de financiering. Wat een koper voor de aandelen betaalt, is die waarde min de rentedragende schulden plus overtollige cash.
De multiples per sector in 2026
De betaalde multiples per sector in de Nederlandse MKB-overnamemarkt worden elk half jaar gemeten. Dit zijn de bandbreedtes uit de meting over de tweede helft van 2025, gepubliceerd in februari 2026, voor bedrijven met een genormaliseerde EBITDA vanaf 200.000 euro. De bandbreedte is gecorrigeerd voor uitschieters; in de praktijk komen ook transacties buiten de band voor.
| Sector | Laag | Gemiddeld | Hoog |
|---|---|---|---|
| Softwareontwikkeling | 7,0 | 7,5 | 8,4 |
| IT-dienstverlening | 6,1 | 6,7 | 7,3 |
| Gezondheidszorg en farmacie | 6,0 | 6,5 | 7,3 |
| Agri en food | 4,9 | 5,3 | 5,9 |
| Groothandel | 4,8 | 5,2 | 5,9 |
| Industrie en productie | 4,7 | 5,1 | 5,7 |
| E-commerce en webshops | 4,5 | 5,0 | 5,6 |
| Zakelijke dienstverlening | 4,6 | 5,0 | 5,7 |
| Bouw en installatietechniek | 4,3 | 4,8 | 5,5 |
| Automotive, transport en logistiek | 3,9 | 4,2 | 4,7 |
| Media, reclame en communicatie | 3,5 | 3,9 | 4,5 |
| Horeca, toerisme en recreatie | 2,9 | 3,3 | 4,0 |
| Detailhandel | 2,0 | 2,5 | 3,1 |
Het gemiddelde over alle sectoren en groottes is 5,0, het hoogste niveau in jaren; de meeste sectoren stegen tussen de metingen met een tot drie tienden.
De volgorde is geen toeval. Bovenaan staan sectoren met terugkerende omzet, hoge marges en groei zonder evenredig meer mensen of vierkante meters. Onderaan staan sectoren waar de omzet elke dag opnieuw verdiend wordt, aan een locatie hangt en gevoelig is voor kosten van personeel, energie en inkoop.
De correctie voor omvang
De tabel geldt voor bedrijven vanaf twee ton winst. Daaronder daalt de multiple, en het onderzoek meet dat expliciet:
| Genormaliseerde EBITDA | Gemiddelde multiple |
|---|---|
| € 200.000 | 3,6 |
| € 500.000 | 4,2 |
| € 1.000.000 | 5,0 |
| € 2.000.000 | 5,2 |
| € 5.000.000 | 5,9 |
| € 10.000.000 | 6,7 |
Het verschil tussen een bedrijf met twee ton winst en een bedrijf met tien miljoen winst is 3,1 punt. Onder de twee ton zijn er geen betrouwbare marktcijfers: het risico is daar te bedrijfsspecifiek. Adviseurs noemen dit de small firm premium: kleinere bedrijven leunen op één persoon, op enkele klanten en op een huurcontract, en de kans dat de verwachte winst niet wordt gehaald is groter.
Voor de bedrijven die op Bedrijfsmarkt te koop staan, met een genormaliseerde winst van 20.000 tot 150.000 euro, betekent dit dat de sectormultiple uit de tabel niet rechtstreeks toepasbaar is. De markt rekent daar met een factor rond 2, soms lager in de horeca en detailhandel, soms hoger bij een dienstverlener met contracten.
Hoe je de multiple als koper gebruikt
- 01
Normaliseer eerst
Neem de winst uit de jaarrekening, tel afschrijvingen en rente op, trek een marktconform loon voor de uren van de eigenaar af en haal eenmalige en privéposten eruit. Zonder deze stap is elke multiple zinloos.
- 02
Kies de sector en de plek in de band
Zoek de sector op. Bedrijven met gespreide klanten, vast personeel, lange contracten en schone cijfers zitten aan de bovenkant van de band; bedrijven die om de eigenaar draaien aan de onderkant.
- 03
Corrigeer voor omvang
Onder 200.000 euro winst: reken met de helft tot twee derde van de sectorband, met een ondergrens rond 1,5. Bij een winst van 40.000 euro is 2 een realistisch uitgangspunt.
- 04
Vergelijk met de intrinsieke waarde
Bereken wat inventaris, voorraad en vorderingen min schulden waard zijn. Ligt dat boven de winstwaarde, dan koop je vooral spullen en een plek, en is de intrinsieke waarde de basis.
- 05
Trek de schulden af die meegaan
Bij een bv: ondernemingswaarde min rentedragende schulden plus cash geeft wat de aandelen waard zijn. Bij een eenmanszaak blijven de schulden meestal bij de verkoper.
Webshop in fietsonderdelen, vraagprijs 240.000 euro
Bv, twee medewerkers, eigenaar werkt fulltime, omzet 620.000 euro.
- Winst voor belasting volgens jaarrekening
- € 64.000
- Afschrijvingen en rente erbij
- + € 9.000
- Salaris eigenaar in de boeken 45.000 euro; correctie naar 58.000
- − € 13.000
- Genormaliseerde EBITDA
- € 60.000
- Sectorband e-commerce
- 4,5 tot 5,6
- Gecorrigeerd voor omvang (60.000 euro winst)
- 2,5 tot 3,0
- Ondernemingswaarde
- € 150.000 tot € 180.000
- Rentedragende schulden eraf
- − € 20.000
- Realistisch bod voor de aandelen
- € 130.000 tot € 160.000
Geldt vanaf 200.000 euro winst.
De vraagprijs van 240.000 euro is gebaseerd op de sectormultiple zonder omvangcorrectie (60.000 × 4). Dat is het gesprek dat je met de verkoper voert, met de tabel erbij.
Wat de multiple omhoog of omlaag duwt binnen de band
- Terugkerende omzet. Abonnementen, contracten, vaste klanten die elke maand terugkomen. Elke euro voorspelbare omzet is meer waard dan een euro losse verkoop.
- Afhankelijkheid van de eigenaar. Kan de zaak drie weken zonder hem? Zo niet, dan koop je een baan, geen bedrijf.
- Spreiding van klanten en leveranciers. Eén klant met 40 procent van de omzet drukt de multiple met een halve tot een hele punt.
- Kwaliteit van de cijfers. Drie schone jaren met een zichtbare trend. Cijfers die pas na de intentieverklaring komen, kosten multiple.
- Contracten en vergunningen. Een huurcontract met acht jaar looptijd, overdraagbare leverancierscontracten, vergunningen die geregeld kunnen worden.
- Groei. Een bedrijf dat drie jaar groeit, mag boven het gemiddelde; een bedrijf dat krimpt, zit eronder, hoe mooi het laatste jaar ook was.
Waarom de multiple geen prijskaartje is
De multiple geeft een bandbreedte, en die bandbreedte is een startpunt voor het gesprek. De uiteindelijke prijs hangt af van wat jij en de verkoper als alternatief hebben, van de structuur van de deal (een earn-out of een verkoperslening verandert de prijs), en van hoe graag jij dit specifieke bedrijf wilt. Onderzoek onder kopers, verkopers en adviseurs laat al jaren zien dat ondernemers hun eigen bedrijf systematisch anders waarderen dan de markt; de multiple is het gereedschap om dat gesprek met cijfers te voeren in plaats van met gevoel.
Wil je de som voor een specifiek bedrijf doorrekenen, met de actuele sectorcijfers en de omvangcorrectie erin? De waardecheck doet dat in twee minuten, ook voor kopers: vul de cijfers van de zaak in die je op het oog hebt en vergelijk de uitkomst met de vraagprijs. Meer over de methode in waardebepaling van een bedrijf.



