De vraagprijzen voor lunchrooms op Bedrijfsmarkt liggen op dit moment grofweg tussen 40.000 en 295.000 euro, met een mediaan rond 75.000 euro. In vrijwel alle gevallen koop je daarmee de inventaris, de goodwill en het recht om verder te gaan in een gehuurd pand, niet het vastgoed zelf. Dat verklaart waarom de bedragen een stuk lager liggen dan bij een restaurant of hotel.
Grofweg zijn er drie segmenten. Een kleine lunchroom in een wijkwinkelcentrum of een zaak die grotendeels op de eigenaar draait, wisselt vaak voor 40.000 tot 75.000 euro van eigenaar. Een lunchroom met een goede locatie, een ingewerkt team en een aantoonbaar stabiele omzet zit meestal tussen 75.000 en 150.000 euro. Daarboven, tot ongeveer 300.000 euro, gaat het om zaken op een A-locatie, met een groot terras, een sterke formule of meerdere vestigingen.
Voor de waardering wordt in de horeca gewerkt met een EBITDA-multiple. Uit het halfjaarlijkse brancheonderzoek onder 291 Nederlandse overnameadvieskantoren blijkt dat de sector horeca, toerisme en recreatie in de tweede helft van 2025 op 2,9 tot 4,0 keer de genormaliseerde EBITDA lag, met een gemiddelde van 3,3. Dat is duidelijk lager dan het MKB-gemiddelde van 5,0, doordat de sector personeelsintensief en conjunctuurgevoelig is. Kleinere bedrijven zitten bovendien structureel aan de onderkant van die bandbreedte.
Bij kleine, sterk eigenaargebonden lunchrooms wordt in de praktijk vaak niet met een multiple gerekend, maar met de waarde van de inventaris plus een goodwillbedrag. Normaliseer in beide gevallen eerst de cijfers: corrigeer voor een marktconform ondernemersloon en haal eenmalige posten eruit. Een zaak waar de eigenaar zichzelf nauwelijks uitbetaalt, lijkt op papier winstgevender dan hij is.