1.500+ ondernemers gingen je voor
In 2 minuten weet je wat je bedrijf ongeveer waard is, berekend met de methode die overnameadviseurs gebruiken.
Gratis en zonder account. Je ziet het resultaat direct na het invullen van je e-mailadres.


Een koper rekent met een ondernemersloon voor het werk dat jij nu zelf doet. Wie dat weglaat, komt bij een eenmanszaak al snel twee tot drie keer te hoog uit.
01
Afschrijvingen en rente erbij, een marktconform ondernemersloon eraf. Wat overblijft is wat het bedrijf verdient zonder jou. Daar kijkt een koper naar.
02
Per sector betalen kopers een heel ander veelvoud van de winst. Een softwarebedrijf is bij dezelfde winst het drievoudige waard van een winkel.
03
Kleine bedrijven worden lager gewaardeerd, net als bedrijven die sterk van de eigenaar of van één grote klant afhankelijk zijn. Dat kan de helft van de waarde schelen.
We rekenen met de multiples die per sector in het Nederlandse MKB betaald worden, gecorrigeerd voor de omvang van je bedrijf.
Gemiddelde multiple in het Nederlandse MKB
Sectoren met eigen multiple
Spreiding tussen de sectoren
Een bandbreedte in plaats van één getal. Je ziet wat je bedrijf oplevert bij een snelle verkoop, bij een normaal traject, en bij de juiste koper.
Daarnaast een vraagprijsindicatie. Waarde en vraagprijs zijn niet hetzelfde: een vraagprijs ligt hoger omdat er onderhandeld wordt. Te hoog inzetten kost je vooral tijd, want serieuze kopers haken af voordat het gesprek begint.
Plus de onderbouwing: welke multiple we gebruiken, hoe je bedrijfsomvang meetelt en welke kenmerken de waarde verhogen of verlagen.
De waardecheck geeft een realistisch startpunt. Wil je verder, dan kun je via Bedrijfsmarkt terecht voor een onderbouwde waardering en begeleiding bij de verkoop.
Een waarderingsrapport op basis van je jaarrekeningen, bruikbaar in gesprekken met kopers en financiers.
Een genormaliseerde winst, een bijgewerkte administratie en een presentatie van de cijfers waar een koper mee uit de voeten kan.
Van vraagprijs tot onderhandeling en overdracht, voor wie het traject niet alleen wil doorlopen.
De waarde van een bedrijf is wat een koper bereid is te betalen voor de winst die het zonder jou maakt. Dat reken je in vier stappen uit.
Een waardebepaling begint niet bij de omzet, maar bij de winst die overblijft als jouw eigen werk normaal betaald zou worden. Daarop wordt een multiple toegepast: het aantal keer die winst dat kopers in jouw sector gemiddeld betalen. Kleine bedrijven krijgen een lagere multiple dan grote, omdat ze afhankelijker zijn van de eigenaar en van een paar klanten. De uitkomst is de ondernemingswaarde. Trek daar je leningen vanaf en je weet wat je bij verkoop ongeveer overhoudt.
De waardecheck hierboven doet precies deze berekening, met de multiples per sector uit de meest recente marktcijfers en een correctie voor de omvang van je bedrijf. Het rekenvoorbeeld hieronder laat zien hoe dat uitpakt voor een kleine horecazaak, het soort bedrijf dat op Bedrijfsmarkt het meest wordt aangeboden.
Eenmanszaak, twee parttime medewerkers, gehuurd pand. De eigenaar werkt zelf vijf dagen mee.
Zo kom je op de EBITDA: wat het bedrijf verdient voordat er afgeschreven en afgelost wordt.
De gebruikelijkloonnorm 2026 bij een fulltime werkende eigenaar. Een koper moet jouw werk laten doen door iemand die betaald wordt.
De sectorband voor horeca is 2,9 tot 4,0, gemeten bij bedrijven met een EBITDA vanaf 200.000 euro. Onder die grens wordt de multiple lager, want een kleine zaak leunt zwaarder op de eigenaar.
Zonder de loonstap zou dezelfde lunchroom op een waarde van ruim 150.000 euro uitkomen. Dat verklaart waarom vraagprijzen van kleine zaken vaak te hoog worden ingezet. Een koper rekent wel met een loon en haakt bij zo'n vraagprijs af.
Genormaliseerde winst (EBITDA) maal een factor die per sector en per bedrijfsomvang verschilt. In het Nederlandse MKB ligt het gemiddelde op 5,0; de detailhandel zit rond 2,5, softwareontwikkeling rond 7,5. Dit is de methode die de meeste overnameadviseurs als eerste toets gebruiken, en de methode achter de waardecheck.
De verwachte vrije kasstromen van de komende jaren, teruggerekend naar vandaag met een rendementseis. Theoretisch de zuiverste methode, in de praktijk gevoelig voor aannames over groei en risico. Voor grotere bedrijven en bij een formele waardering door een registervaluator.
De bezittingen min de schulden, tegen actuele waarde. Zegt niets over de winstgevendheid en komt daardoor bij een gezond bedrijf veel te laag uit. Wel de ondergrens: onder de intrinsieke waarde verkoop je normaal gesproken niet.
De verwachte jaarwinst gedeeld door een rendementseis. Een oudere Nederlandse methode die nog wordt gebruikt bij kleine bedrijven en bij overdracht binnen de familie. Geeft grofweg dezelfde uitkomst als een multiple, alleen anders opgeschreven.
De rekenregel is overal dezelfde, maar wat de waarde bepaalt verschilt per branche.
Bij een eenmanszaak is de winst feitelijk jouw inkomen. De waarde zit in wat er overblijft nadat een marktconform loon voor jouw uren is afgetrokken. Bij veel eenmanszaken is dat weinig of niets, en dan bestaat de waarde vooral uit de inventaris, de voorraad, de klantenkring en de locatie. Een eenmanszaak verkoop je altijd via een activa-passivatransactie: de koper neemt de bezittingen en afspraken over, niet de rechtsvorm.
Kappers vallen in de sector beauty en verzorging, met een multiple van 2,5 tot 3,6 op de genormaliseerde winst, en daaronder voor kleine salons. Omdat klanten vaak aan de kapper hangen en niet aan de zaak, weegt de vraag zwaar hoeveel omzet er blijft als jij vertrekt. Een salon met vaste medewerkers die elk hun eigen klanten hebben, is duidelijk meer waard dan een zaak waar jij zelf negentig procent van de stoelen bezet houdt.
Horeca kent een band van 2,9 tot 4,0 op de genormaliseerde winst. Belangrijker dan de multiple zijn het huurcontract (looptijd, indeplaatsstelling), de vergunningen die op de exploitant staan en dus opnieuw aangevraagd moeten worden, en de staat van keuken en inventaris. Een cafetaria met een huurcontract dat nog acht jaar loopt is voor een koper iets anders dan dezelfde zaak met een contract dat volgend jaar afloopt.
Webshops en e-commerce halen een multiple van 4,5 tot 5,6, hoger dan een winkel op straat, omdat de omzet niet aan een locatie hangt en beter schaalbaar is. Kopers kijken naar terugkerende klanten, de afhankelijkheid van één marketingkanaal of één leverancier, en de marge na verzendkosten en retouren. Een webshop die alleen draait op betaalde advertenties is kwetsbaarder, en dus minder waard, dan een shop met organisch verkeer en herhaalaankopen.
Wil je weten wat kopers nu vragen voor vergelijkbare bedrijven? Bekijk het actuele aanbod en vergelijk de vraagprijzen met je eigen uitkomst.
In 2 minuten, gratis en zonder account.